MIJN JEUGD

Een kleine coöperatieve zuivelfabriek, het decor van mijn jeugd.
Een plek waar gevoel voor techniek, gevoel voor mensen en gevoel voor vorm, ruimte kreeg om zich te ontwikkelen.
De basis van mijn veelzijdigheid.
Verzinnen, organiseren, maken.
Het bracht mij in het theater, bij televisie en film.

oene keizerstraat 1
Enige tijd geleden werd ik door Gert-Jan Ketelaar van het bedrijf EMERGO uitgenodigd om als proefpersoon aan een persoonlijk motivatie onderzoek mee te doen.
Een onderdeel daarvan was het beschrijven van een leuke activiteit uit mijn jeugd.
Denk dat dit verhaal een mooi beeld geeft hoe ik toen al de uitdaging op zocht.

DE ZWEMTANK
Mijn vader werkte op een kleine coöperatieve melkfabriek. Wij woonden in een huis die tegen de fabriek was aangebouwd. Ik speelde altijd in of bij de fabriek. Het kwam regelmatig voor dat er werd verbouwd en nieuwe machines werden geïnstalleerd. Vond het stoer als Albert van de Scheur, een transport bedrijf met grote kranen en diepladers, langs kwam om dat soort klussen te doen.

Was als klein mannetje ook altijd aan het slepen. Vaak geholpen door mijn 3 jaar oudere broer en soms ook met vriendjes van school. Achter de fabriek was een groot braakliggend terrein waar alles werd neergezet wat niet meer werd gebruikt of opgeslagen moest worden. Daarnaast was er nog een groot garage-dak waar het zelfde voor gold.

Het was een prachtige zomer en ik had veel zin om te zwemmen. Het dichtst bij zijnde zwembad was half uur fietsen en ik mocht daar ook niet alleen naar toe. Op het garage dak lag een grote roestvrijstalen melktank. Ik kreeg opeens het idee dat als je die tank rechtop zou zetten en vol met water zou doen je daarin prima kon zwemmen. Wist niet hoe dat moest worden gerealiseerd, maar het idee alleen was al pret genoeg. Een mini privé zwembad.

Op de fabriek wist iedereen dat ik er altijd rondzwierf en ook altijd met dingen bezig was en werd dat behoorlijk getolereerd. Kwam ook omdat ik altijd achter de monteurs aan liep om te kijken wat ze deden en hoe ze het deden en er ondertussen vrolijk op los babbelde. Geheim moest het zeker voor mijn vader blijven. Die wilde niet hebben dat ik overal met mijn vingers aan zat. Dus als ik echt iets wilde, moest ik het hem vragen. Dit idee viel in de categorie ‘wil ie zeker niet hebben’. Dus dan ook niet vragen. Mijn broer vond het niet echt oké maar ging wel helpen. Om de tank uit het zicht te krijgen hebben we hem eerst naar de andere kant van het dak gerold over balken. Dat rollen ging niet heel makkelijk. In mijn herinnering heeft dat het wel een week of twee geduurd.

Dat kwam omdat de spullen die voor de tank stonden eerst moesten worden weggehaald. Dan kon je de tank een stukje doorrollen. Vervolgens dan de spullen aan de andere kant weer terugzetten en dan aan het volgende stukje beginnen. Voordeel was wel dat het daarmee heel geleidelijk ging en het niemand echt opviel. Werd haast een stukje routine ondanks dat er elke keer wel nieuwe obstakels waren die moesten worden overwonnen.

Toen ie op de goeie plek lag moest ie nog op zijn poten gezet worden. Dat was het meest lastige. Met balken, blokken en touwen hebben we hem heel langzaam opgetild. Is natuurlijk ook een paar keer weer naar beneden gekomen. Uiteindelijk kregen we hem zo hoog dat ie over zijn dooie punt heen was en zelf rechtop kantelde. Dat was een glorieus moment. Dat moment herinner ik me nog ook omdat de poten keihard op het garage dak knalden.

Nu die eindelijk stond moest er alleen nog water in. Daar hadden we niet echt over nagedacht van tevoren. Je kon alleen op het dak komen met een ladder of klauterend via een afdakje. Dus emmers water werd niks. Ook een emmer aan een touw niet. Het ging ook om heel veel water. Daarnaast kwam bij de eerste emmer al de vraag van een werknemer wat we daarmee wilden. Vreesde niet geheel ten onrechte dat wij een geintje met water gingen doen wat hem nattigheid zou opleveren.

Min of meer bij toeval kam ik erachter dat in ruimte waar al het personeel zich omklede een klein kraantje zat. Die ruimte zat in de garage. Heb toen slangen bij elkaar gezocht en die via een klein raampje in het weekend op dat kraantje aangesloten en dag en nacht open laten staan.
Mijn gedachte was dat de zon het water zou opwarmen. Maar dat viel tegen. Het zwemmen ook.Heb het één keer geprobeerd. Moest je via een mangat in het water laten zakken. één slag heen, één slag terug. Best eng ook. Nooit meer geprobeerd ook nooit meer naar omgekeken naar de tank totdat mijn vader tijdens het eten een keer melde dat een monteur had verteld dat het garagedak was gaan scheuren. Wat gek was omdat het dak dusdanig stevig was gebouwd dat er nog makkelijk een verdieping bij op kon.

De poten van de tank waren gewoon open stalen buizen waar wij niks onder hadden gedaan. Die enorme druk was de oorzaak van de scheuren. Hoor mijn vader nog zeggen “Vol geregend denken we”. Ik dankte de monteurs op mijn blote knietjes. Zij hadden mij een roestvrijstalen plug gegeven waarmee ik de tank waterdicht had dichtgemaakt. Zij hadden wel een vermoeden hoe het echt zat maar hebben mij toen keurig uit de wind gehouden.

KETEL OENE 3

Reacties zijn gesloten.